Column: Onderwereldoorlog

Column: Onderwereldoorlog

Er klinken harde knallen, net buiten de Tapas & Lounge Village, krap een kilometer van mijn huis in Amsterdam. De kogels vliegen door de Albert Heijn en missen ternauwernood de passerende trambestuurster. Een man die op de trambaan uit zijn auto stapt heeft minder geluk. Dood.

Het blijkt te gaan om een mislukte aanslag op Samir Z., een jonge crimineel. Onderdeel van de reeks liquidaties die in de pers soms de Mocro War wordt genoemd. Mocro vanwege de Marokkaanse-Nederlanders die bij het geweld betrokken zijn.

Mocro War. De term klinkt tot die aanslag in mijn woonbuurt redelijk veilig: een stel Marokkanen die onderling een oorlog uitvechten. De Mocro Maffia en hun Mocro War. Het gevaar van liquidaties voor mij als onschuldige burger kan ik makkelijk rationaliseren: de landelijke moordcijfers zijn al jaren laag en in Amsterdam zijn het toch vooral onderwereldfiguren die elkaar uitmoorden. Een schietpartij zo middenin de wereld waar ik met m’n dochter wandel, maakt een einde aan de illusie dat de Mocro War een coconnetje is waarin de Mocro Maffia netjes op elkaar mikt. Diverse onschuldigen zullen sterven. ‘Vergismoord’ heet het na zo’n drama misplaatst.

Die keiharde onderwereldstrijd wordt indringend beschreven in het nieuwe boek Afrekeningen. De onderwereldoorlog op straat en in de rechtszaal, geschreven door Parool-journalist Paul Vugts. Vugts noemt het conflict in de inleiding ‘een slepende onderwereldvete’. Een keuze die hij bewust heeft gemaakt. De titel Mocro War en het bijbehorende Mocro Maffia dekken volgens hem niet de lading (want geen georganiseerde maffia, want ook veel niet-Marokkanen). Daarbij is de titel te ronkend voor zijn journalistieke stijl.

Wat na de inleiding volgt, is een pijnlijk gedetailleerde uiteenzetting van een geweldsuitbarsting met meer dan 30 liquidaties in 5 jaar tijd. Een conflict dat begon met een gestolen partij coke en inmiddels in een strijd is ontaard waar niemand het einde van kent. ‘Het reservoir van jongens en jongemannen met gebroken levens die zich voor de moorden laten inschakelen, lijkt soms onuitputtelijk – al kent niemand de omvang’, schrijft Vugts. De ene aanslag is nog gruwelijker dan de andere.

Neem de moordpoging op Peter R. Ook wel ‘Pjotr’ genoemd. Hij wordt in Diemen neergeschoten na een bezoek aan zijn moeder. Peter R. heeft diverse kogels in zijn lichaam, maar weet wonderwel te ontkomen door zich in een sloot schuil te houden. De schutters denken dat ze na de aanslag veilig kunnen communiceren met hun PGP-telefoons. Inmiddels zijn die berichten ontsleuteld en blijkt dat de mannen zich vooral zorgen maken om hun eigen hachje na de mislukte moord. ‘’Ik hoop dat die kk hond dede gaat’’, zegt een verdachte over Peter R.. ‘Dede’ betekent dood. Dezelfde man later: ‘’Als ie niet dood is, gaan we niet lang zitten. Als hij dood is, gaan we lang zitten, gap.’’

De daders zijn vaak jong, zwakbegaafd en hebben een matig functionerend geweten. Hun persoonlijke geschiedenissen lezen als een aangekondigde criminele loopbaan. Vugts schrijft het vrij droog en serieus op, met hier en daar een kwinkslag. Je krijgt als lezer geen kans om een romantische boevenwereld te zien. De onderwereld is in Afrekeningen vooral een keihard milieu waarin niemand veilig is. Of je kijkt over je rechterschouder voor de politie, of je linker voor de dodelijke concurrentie. Waar je ook kijkt: de Mocro Maffia zie je niet. Die bestaat niet.

Het einde van de strijd is nog lang niet in zicht. Het is ‘wachten op nieuwe afrekeningen’, stelt Vugts. De politie doet er ondertussen alles aan om de criminelen te stoppen. En met enig succes. De rechter heeft inmiddels meerdere keren levenslang opgelegd. Niettemin is de gedachte dat er nog meer jonge levens van de straat zullen worden geschoten – en wie weet onschuldigen – haast onverteerbaar. Of zoals Paul Vugts schrijft in zijn laatste zin: ‘Het wordt de optimisten nog altijd niet makkelijk gemaakt.’

Over de auteur

mkolsloot@gmail.com administrator

Geef een reactie